Visie op media

De burgers wenden zich steeds meer af van de politiek en het vertrouwen in de bestuurders van dit land neemt al jaren af. Dit is niks nieuws en verkiezing na verkiezing blijkt dat weer minder moeite nemen om te stemmen. Tot zover is er niks nieuws aan de hand en dit fenomeen is al vele malen geconstateerd, beschreven en becommentarieerd. Echter, deze leegloop in vertrouwen en groeiende scepsis, of zelfs afkeer, treft niet alleen de politiek, maar zeker ook de media. En naar mijn mening is de media daar, deels samen met de politiek, zelf medeplichtig aan.

Radio en televisie zijn sinds hun opkomst in de vorige eeuw het beleidsdomein geweest van de politiek. Ons mediabestel werd en wordt betaald door de politiek. Hierbij staat de diversiteit van het aanbod hoog op de politieke agenda, waarbij tegelijkertijd de vraag wordt gesteld of diversiteit in de media wel een overheidstaak is. Onder andere de Raad voor Cultuur is om advies gevraagd en deze adviseert nadrukkelijk om dit na te streven.

Maar wie in het geheel niets is gevraagd, is de kijker, lezer en luisteraar. Wel wordt vastgesteld dat het publiek steeds meer kijkt, leest en luistert wanneer of waar uitkomt, maar nergens wordt de vraag gesteld of het publiek ook tevreden is met wat er te zien, te luisteren en te lezen is. Terwijl de NOS wedijvert met commerciële zenders als RTL en SBS om het laatste en meest pakkende nieuws op de meest indrukwekkende manier te brengen, wordt het belang en de interesse van het publiek volledig vergeten.

Dit maakt de media verdacht en zij mag zich zorgen gaan maken en dan met name de publieke omroep. Want waar het bij de commerciële concurrenten overduidelijk is dat de belangen van de adverteerders en aandeelhouders voorop staan, is het voor het publiek geheel onduidelijk welke belangen de publieke omroep verdedigt en dat nog wel met geld van de belastingbetaler.

De vanzelfsprekendheid waarmee het publiek in vroegere tijden het nieuws voor zoete koek slikte en geen vragen stelde bij hetgeen de actualiteitenrubrieken en het journaal vertelden, is niet langer meer een feit. Als er iets is, waar het internet een grote verandering heeft gebracht in de nieuwsvoorziening, is het wel op dit vlak. Juist door de toegankelijkheid, via internet, tot alle kranten en zenders op deze wereld, heeft het publiek geleerd om ‘het nieuws’ te vergelijken met ‘het nieuws’ van andere media en ontdekt dat daar verschillen in zitten. De autoriteit van de Nederlandse media wankelt en de publieke omroep, of breder dan dat: de mainstream media, sluit de ogen en oren voor een steeds luider wordende klacht van het publiek.

Een duidelijk voorbeeld van mijn constatering vormt de nieuwsvoorziening rond de in juli neergehaalde MH17 en de daarop volgende, politieke ontwikkelingen met Rusland en de Ukraine. Terwijl de mainstream media keer op keer liet zien hoe de rouwstoet van Eindhoven naar Hilversum trok met geëmotioneerde mensen langs de kant van de snelweg en steeds dezelfde politici, met Frans Timmermans en Mark Rutte voorop, de zendtijd kregen om te insinueren dat Ruslands president Putin er eigenlijk wel achter moest zitten, was er griezelig weinig ruimte voor feiten en onderzoek. De gevestigde media waren doof en blind voor de steeds luider wordende roep vanuit het publiek om feiten, duiding en andere inzichten. Het publiek vroeg om alternatieven, om afweging, zelfs om twijfel: “Klopt dit wel, zou het niet anders in elkaar kunnen zitten?”

Deze vraag om meerdere kanten van de zaken te belichten, een vraag die elke zichzelf respecterende journalist met een zekere mate van beroepseer zeker zou moeten aanspreken en zou moeten willen onderzoeken, werd veelal geuit via sociale media: Facebook en Twitter stonden er bol van. Maar de mainstream media hoorde en zag het niet. Hier valt naar mijn mening een conclusie te trekken; namelijk dat de gevestigde, conventionele media niet in staat is om social media werkelijk sociaal in te zetten. Met alle poen en poeha die er tegenaan wordt gegooid in gelikte websites en applicaties, begrijpen de mensen in deze organisaties nog altijd niet dat zij niet meer alleen zender zijn, maar ook ontvanger. Het wordt de hoogste tijd dat de media die in dit land de dienst uitmaken en al dan niet met belastinggeld het ‘nieuws’ over het volk uitstrooien, leren om te luisteren naar de vraag die het publiek hen stelt. En waar, zoals gezegd de commerciële media er nog mee wegkomen aangezien hun belang niet onder stoelen of banken wordt gestoken, wordt dit des te meer gevraagd van de publieke omroepen.

Het gevolg van deze selectieve doofheid en blindheid is, dat steeds meer publiek zich afkeert van de gevestigde media, waarbij ‘mainstream’ inmiddels een scheldwoord is geworden. Mainstream media staat inmiddels bij een groter wordende groep mensen synoniem aan eenzijdige, opportunistische, propagandistische en manipulatieve nieuwsvoorziening. Het publiek hecht (weer of nog steeds) aan integere, onafhankelijke en onderzoekende journalistiek die meerdere kanten van een kwestie belicht en durft te twijfelen; die durft te zeggen: “We weten nog niet precies hoe het zit en wie het gedaan heeft, maar dit zijn de verschillende inzichten die we gevonden hebben. We gaan verder zoeken en als we meer weten komen we bij u terug.”
De afwending van mainstream media en de behoefte aan eerlijkheid en veelzijdigheid uit zich onder meer in de oprichting van groepen op Facebook, zoals Burgerbescherming tegen leugens van overheid en systeem en Collectief tegen leugens van de regering/media in Nederland, waarin mensen een weg zoeken om zich tegen de eenzijdige berichtgeving van de mainstream media af te zetten.

Maar ook uit het zich in het groeiende aantal websites waarop mensen uit eigen beweging een alternatief proberen te bieden. Websites als Follow the Money en Gewoon-nieuws zijn enkele van de vele voorbeelden. Met veelal beperkte middelen en zonder de beschikking over tv- en radiozenders die in elke huiskamer binnenkomen bieden juist deze mensen de diversiteit waar de politiek zo om verlegen zegt te zitten. De publieke omroep zou er wijs van kunnen worden om daar eens belangstelling voor te tonen. Want deze mensen klagen niet, maar ondernemen actie om een alternatief te bieden. Ik vind het dan ook pijnlijk om mee te maken dat juist deze onderzoekers en schrijvers nogal eens worden weggezet als complotdenkers, of erger: propagandisten. De omgekeerde wereld in mijn ogen.

Ook kranten en weekbladen ontkomen niet aan de groeiende onvrede onder het publiek. Met het verschil dat de geschreven pers, anders dan radio en televisie, geen overheidsbeleid kent. Alle geschreven media zijn per definitie commercieel en afhankelijk van adverteerders en betalende lezers. Het baart me zorgen dat het gros van alle landelijke en regionale kranten en tijdschriften tegenwoordig eigendom is van enkele grote, internationale bedrijven. Wat dat betekent voor de onafhankelijke verslaggeving en nieuwsberichtgeving is zeer de vraag.

Kranten en tijdschriften hebben van oudsher de ingesleten gewoonte om nog net voor de deadline, voor het sluiten van de drukpers, snel snel snel, de laatste scoop te willen plaatsen en daarmee de concurrentie voor te zijn. De race naar de drukpers is een automatisme geworden, een reflex. Een vanzelfsprekende reactie die zich direct, één op één vertaald heeft naar publicaties op internet. Het is niet voor niks, dat wat oudere journalisten en redacteuren inmiddels een afkeer hebben ontwikkeld tegen de webversies van de krant. En gelijk hebben ze.

Internet is snel en dus moet het nieuws nog sneller, is het gedeelde motto, met een dramatisch effect op de kwaliteit. Bij het eerste breaking nieuws moeten gebeurtenissen zo snel mogelijk online, al zijn het maar twee regels, zonder inhoud, zonder uitleg en zonder achtergrond of iets dat de informatie de moeite waard maakt. Een diarree aan nieuwtjes wordt via web en applicaties over de lezers uitgestort, die daar wel hun tijd en aandacht aan schenken, maar er niets mee opschieten. Het maakt niet uit, als je maar sneller ‘online’ bent dan de concurrent. Deze benadering, die zoals gesteld een directe vertaling is van de drukpers-race, heeft de internet-journalistiek een slechte naam gegeven.

En dat is jammer, want het kan anders. Het internet biedt de mogelijkheid om op elk moment van de nacht of dag te publiceren en kan daarmee juist gezien worden als de bevrijding van de race naar de drukpers. Deze vrijheid geeft de journalist en/of de redactie juist de kans om de tijd te nemen voor een artikel en deze goed uit te werken, compleet met achtergronden en duiding. Beter een goed artikel een uurtje of twee later, dan non-informatie onmiddellijk.

Wat op landelijk niveau gebeurt is zeker ook lokaal van toepassing. In de afgelopen zeven jaar is Tilburgers.nl gegroeid van een leuke side-kick naar een serieuze nieuwssite die met heel veel toewijding en oprechte belangstelling wordt gemaakt. Naast de grote regionale krant en de regionale omroep is er behoefte aan duiding en aan verslaggeving die meerdere kanten van een kwestie laat zien, zonder meteen met een oordeel klaar te staan. Het publiek heeft de media niet nodig om meningen op een schaaltje aangereikt te krijgen. Het publiek is heel goed in staat om zelf een mening te vormen, maar daarvoor is wel nodig dat de media de verschillende feiten, inzichten en uitgangspunten aanreikt. Juist deze diversiteit, gepaard met integriteit en onafhankelijkheid, maakt de media de betrouwbare boodschapper waar behoefte aan is.

Kwaliteit kost geld, wie betaalt dat? Een logische en voor de hand liggende vraag die een antwoord verdient. Blendle heeft daar deels een antwoord op gevonden, door lezers per artikel te laten betalen. Dat is goed voor de media en goed voor de salarissen van de journalisten en redacteuren. Het grote nadeel van Blendle vind ik, dat hierdoor een tweedeling kan ontstaan in de samenleving met enerzijds mensen die goed geïnformeerd zijn doordat ze ervoor kunnen betalen en anderzijds mensen die dat niet kunnen en daardoor informatie gaan missen. Een krant kan gelezen worden bij de bibliotheek, in het café of bij de buren, maar deze opties zijn afgesloten voor lezen via Blendle. Naar mijn mening heeft elk mens het recht op informatie, ongeacht de hoogte van zijn of haar inkomen.

Mijn idee is, dat we een tussenweg moeten gaan zoeken tussen commercie enerzijds en subsidiëring anderzijds. Dus deze beide niet, maar wat wel? Dat wordt de uitdaging, de vraag waar ik, samen met anderen die zich uitgedaagd voelen, een antwoord op hoop te vinden.

Deze opinie van Paula Anguita werd eerder gepubliceerd op Tilburgers.nl en mag gezien worden als motivatie voor het oprichten van de Stichting Onafhankelijke Media.

1 gedachte over “Visie op media

  1. Pingback: Vacature: Bestuursleden (v/m) – Tilburgers.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.